De verplichte vertrouwenspersoon: wachten tot het moet, of nu regelen?
Er wordt in deze markt veel verkocht met het argument dat de vertrouwenspersoon binnenkort wettelijk verplicht wordt. Dat argument is zwakker dan het klinkt. Het is de moeite waard om te weten hoe het er precies voor staat, al is het maar om te herkennen wanneer iemand u een deadline verkoopt die er niet is.
Waar het wetsvoorstel nu staat
Het gaat om wetsvoorstel 35.592, een initiatiefvoorstel dat de Arbeidsomstandighedenwet wijzigt en werknemers een wettelijk recht op toegang tot een vertrouwenspersoon geeft. Het is ingediend in oktober 2020 en op 23 mei 2023 aangenomen door de Tweede Kamer.
Daarna is het stil geworden. De Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken ontving in oktober 2023 de antwoorden van de regering op haar vragen, en wacht sindsdien op de reactie van de initiatiefnemer. Die reactie is er ruim drie jaar later nog niet, en een plenaire behandeling is dus ook nog niet ingepland. In september 2025 is de verdediging overgenomen door Kamerlid Patijn, na eerdere overdrachten van Renkema naar Maatoug. Dat is inmiddels de derde verdediger van hetzelfde voorstel.
Twee dingen uit de behandeling zijn relevant voor kantoren van uw omvang. Er is een amendement aangenomen dat ondernemingen met minder dan tien werknemers vooralsnog uitzondert, met een evaluatie waarin wordt bezien of die groep alsnog onder de wet moet vallen. Datzelfde amendement verduidelijkte ook het takenpakket: een externe vertrouwenspersoon hoeft niet uit zichzelf actief te worden, maar handelt naar aanleiding van meldingen of op verzoek van de werkgever. En als de wet er komt, treedt zij in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen moment, dat per categorie bedrijven kan verschillen. Er is dus geen datum, ook niet als de Eerste Kamer instemt.
De politieke wind staat de andere kant op
Wie wil inschatten hoe kansrijk het voorstel is, kan het beste kijken naar wat er in de tussentijd met vergelijkbare plannen gebeurde.
Het vorige kabinet werkte aan een wijziging van de Arbowet die werkgevers met tien of meer werknemers zou verplichten tot een schriftelijke gedragscode ongewenst gedrag, met een definitie, voorbeelden, meldmogelijkheden en sancties. De beoogde ingangsdatum was 1 juli 2026. In zijn voortgangsbrief van 8 juni 2026 liet minister Aartsen weten dat die verplichting er niet komt. De onderbouwing: uit bestaande cijfers zoals de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden is geen causaal verband aan te tonen tussen een gedragscode en minder ongewenst gedrag, het Adviescollege toetsing regeldruk bracht een negatief advies uit, en het kabinet wil de regeldruk voor werkgevers meetbaar verminderen. In dezelfde lijn had zijn voorganger begin 2025 al besloten om ook de klachtenregeling niet wettelijk verplicht te stellen.
Bij het wetsvoorstel voor de vertrouwenspersoon speelt dezelfde afweging, met dezelfde argumenten. Bij de stemming in 2023 stemde een deel van de fracties tegen, juist vanwege de lasten voor kleinere werkgevers. Bouwen op "het wordt binnenkort verplicht" is daarmee bouwen op zand.
Wat wél veranderde
Ondertussen is de zorgplicht niet verdwenen. De Arbowet verplicht werkgevers nog steeds om beleid te voeren tegen psychosociale arbeidsbelasting, en dat beleid moet terug te vinden zijn in de RI&E en het plan van aanpak. Een gedragscode blijft aanbevolen, alleen niet afdwingbaar.
Er is bovendien per 1 juli 2026 wél iets gewijzigd: artikel 12 van de Arbowet is aangepast via de Verzamelwet SZW 2026, zoals in dezelfde voortgangsbrief is toegelicht. Elke werkgever moet zijn werknemersvertegenwoordiging, of bij het ontbreken daarvan de belanghebbende werknemers, raadplegen over het arbobeleid. Ongeacht de omvang van het bedrijf. Voor een kantoor zonder ondernemingsraad betekent dat: uw mensen moeten aantoonbaar betrokken zijn bij wat u regelt op het gebied van veiligheid en werkdruk.
En voor accountantskantoren specifiek
Hier zit het punt dat het hele wachtargument overbodig maakt. De discussie over 35.592 gaat over de vertrouwenspersoon. De interne meldprocedure uit de Wet bescherming klokkenluiders is voor uw sector al verplicht, ongeacht het aantal medewerkers, en dat is al zo sinds februari 2023. De NBA publiceerde er een aparte toelichting over voor praktijken onder de vijftig medewerkers. Dat is geen aangekondigde wet maar geldend recht.
Wie die procedure fatsoenlijk inricht, komt vanzelf uit bij de vraag wie het aanspreekpunt is en of medewerkers dat aanspreekpunt vertrouwen. Daarmee is de vertrouwenspersoon in de praktijk al onderdeel van iets wat u nu moet hebben.
De eerlijke afweging
Wachten op de wet levert u twee dingen op: uitstel, en straks een invoeringstermijn waarin iedereen tegelijk op zoek gaat naar dezelfde gecertificeerde mensen. Nu regelen levert u iets anders op, en het heeft niets met de Eerste Kamer te maken:
- Uw meldprocedure heeft een gezicht in plaats van een postbus, waardoor er ook daadwerkelijk gemeld wordt.
- Signalen over werkdruk, gedrag van klanten of een leidinggevende komen boven voordat iemand vertrekt of uitvalt.
- U kunt bij een kwaliteitstoetsing laten zien dat sociale veiligheid bij u belegd is, in plaats van dat het beleid op papier staat.
Dat zijn redenen die overeind blijven, ongeacht wat er met wetsvoorstel 35.592 gebeurt. Komt de verplichting er alsnog, dan bent u klaar. Komt zij er niet, dan heeft u nog steeds iets dat werkt.
Stand van zaken per september 2026. Dit artikel is algemene informatie en geen juridisch advies.
Meer weten?
In een gesprek van een uur lopen we door wat er nu al voor uw kantoor geldt en wat daarvan geregeld is. U krijgt daarvan een korte schriftelijke samenvatting, ook als u verder niets afneemt.